Bezet

Paul schreef laatst zijn eerste column in een krant. Hoe schrijf je een begin?

Zet de toon.

Hoe schrijf je een afscheid? Zet de toon?

Ik heb de toon al gezet en nu ben ik er klaar mee.

In order of appearance:

De baas met de lange ledematen, D. (toen wilde ik nog met afkortingen werken), de beha-man, Anna, de wankelende student, Tamar en Suus, Amsterdam, Daan van sneeuw en tranen, Marie, alle mannen uit de Kleine, lieve Philine, Paul van zondagochtenden en zoute zoenen, mijn ex-vriendje en zijn gestreepte trui, de huisgenoot van de beha-man, Rutger Docter met een c van de Parade, Roos, Freek en Jim Morrison, mijn broertje inmiddels broer, Joris van het Rad van Fortuin, De Man Zonder Schaduw, andere Anna (sorry Lies) de kunstenaar die rondjes om mijn navel draaide, Wouter slash Lucas en zijn geheime gezin, Stach van de truffelmayonaise, Chris die me liet proeven hoe ik smaakte en mijn lievelingspruik leende, de man zonder naam van weerloos, mijn grootvader en zijn herinneringen.

Dank voor alle stukjes. Sorry voor de onterechte opmerkingen. Paul, broer, the gang en ook Chris en alle anderen, dank voor het lezen. En Jelte natuurlijk! Maar je staat niet op de lijst. Hoewel een vermelding na Bitterzoet meer dan terecht was geweest.

Ik stop ermee. Misschien tijdelijk, misschien niet. Ik zie wel.

Dus so long, suckers. Pieptoon.

Posted in SoulKitchen | Tagged , , , , , , , , , , , , , , , , , | 1 Comment

Afro

Ik heb een zwarte met lang haar en een pony. Een donkerrode met a-symetrische coupe. Een schattige blonde krullenpruik. Een gothic-pruik, heel geschikt voor Halloween. Een dirty blonde met semi-sexy lok. En nog twee pruiken waar ik geen afstand van kan doen maar waarvan de haren zijn gaan klitten en in vieze dikke stroken langs je rug vallen, met een vogelnestje op je kruin. Geen pronkstukken, maar je weet maar nooit wanneer ze nog eens van pas komen.

Als je een pruik nodig hebt en zou moeten gokken bij wie van je vrienden je de meeste kans maakt om een puik exemplaar te lenen,  dan kun je je geld met je ogen dicht op mij inzetten – altijd prijs. Dus echt verbaasd was ik niet over zijn sms. Wel over de timing. We hadden elkaar al twee maanden niet gezien, misschien vijf berichtjes uitgewisseld in de tussentijd.

Uit ongemakkelijkheid vroeg ik hem twee keer achter elkaar hoe het met hem was. ‘Ja, wel goed’, zei hij de eerste keer, en ‘ja, wel goed dus’, de tweede keer. Ik greep een stoel en liep snel naar de slaapkamer om de aanwezige voorraad uit de kast te pakken. Op mijn tenen balanceerde ik op de zitting en wist precies het hengsel van de lullige Albert Heijn-tas om mijn middelvinger heen te winden. Terwijl ik de pruikentas van de bovenste plank trok, keek ik vluchtig opzij. Daar zat hij, uiterst ontspannen aan mijn keukentafel met een flesje Heineken.

Terwijl hij de lange haren van hun plastic zakjes ontdeed en één voor één uitprobeerde, vertelde hij tussen neus en lippen door dat hij mijn blog had gelezen. ‘Ik kon er niet echt een lijn in ontdekken. Deze is trouwens wel heel cool.’ Hij flirtte met zijn spiegelbeeld, herschikte de blonde krullen totdat zijn eigen haar niet langer zichtbaar was. ‘Mag ik deze mee vanavond?’

Ik knikte instemmend, lievelingspruik mee prima, geen lijn in blog prima. In het bijzijn van sommige mensen heb ik kennelijk geen mening meer. Kennelijk is hij zo’n mens.

Ik trok nog twee biertjes uit de ijskast. Hij vulde de kamer met verhalen over zijn skivakantie en het feestje in het park dat hij wilde organiseren. Ik kon mijn vinger er niet achter krijgen. Zat hij hier voor mij of voor zijn outfit?

‘s Nachts haalde hij me thuis op. Half een ofzo, ik lag eigenlijk al in bed. Maar ik heb nu eenmaal een ding met vage gasten. Dus had ik mijn kleren weer aangetrokken toen hij vroeg of ik nog zin had in een biertje.

Nog ‘s nachtser fietste hij me weer naar huis. Binnen duurde het even voordat we weer zoenden. Voordat hij zijn hawaii-shirt uittrok, de blonde afro in een hoek smeet. De kleren van mijn lijf stroopte. Me naakt naar de bank tilde.

Met hem duurt alles langer dan verwacht.

De volgende ochtend dronken we koffie. Mijn haar zat net zo in de war als mijn afgeragde pruiken. Bij de deur zoende hij me op mijn mond. Draaide zich nog op de fiets nog een keer om.

Toch had ik het idee dat het hem vooral om de krullenpruik te doen was. En wist ik niet eens of ik hem dat kwalijk kon nemen.

Posted in SoulKitchen | Tagged , , , , , , , , | Leave a comment

Bloglovin

Follow my blog with Bloglovin

Posted in SoulKitchen | Leave a comment

Hey hallo

Ik wist dat het zou gebeuren. Ik zei het nog, toen ik op het aanrecht zat en hij me ‘s ochtends toch nog zoende, dat we dit niet meer moesten doen, dat ik hem dan weer leuk zou gaan vinden, dus dat het moest stoppen.

Nadat hij zijn been over zijn fiets slingerde en me een afscheidszoen toeblies, draaide ik me neuriend om, deed de deur dicht. Ik liep naar binnen om nog meer koffie te zetten, maar halverwege de gang stond ik opeens stil.

Kut. Hij was weg.

Kut. Het was gebeurd.

Met mijn vingers klopte ik een ritme bij het gebrom van het koffiezetapparaat. Ik sprong van het ene been op het andere. Ik trok wat kleren aan en een warme jas en liep met een beker zwarte koffie de straat op, richting het Sarphatipark. De muziek zo hard in mijn oren dat ik niet kon denken, alleen met mijn ringen op een koffiekop kon tikken.

Maar toen ik thuiskwam en de geur van de nacht opsnoof, kon ik het toch niet laten. Ik lag op de bank, met mijn buik in de kussens en mijn hoofd op mijn rechterhand. Met links toetste ik zijn naam. Paul. Ik haalde diep adem en deed mijn ogen dicht. Toen ik ze weer opende drukte ik snel op het groene knopje, zodat ik me niet meer kon bedenken. Hij nam op – luid geroezemoes op de achtergrond. ‘Hey hallo’, zei ik. ‘Ja-hallo-wat-is-er?’ ‘Ik wil je weer zien.’ ‘Wat?’ ‘Ik wil je weer zien, zei ik.’ ‘Wat??’ ‘IK WIL JE WEER ZIEN!!’, brulde ik nu door de telefoon. ‘Oh,’ hoorde ik aan de andere kant van de lijn. ‘Ik kom vanavond wel even langs dan.’

Verward hing ik op. Langskomen is goed, toch? Maar waarom klonk het dan zo koud?

Ik douchte het zout uit mijn haar, de zilte smaak van mijn huid. Frisgewassen deed ik hem open, toen hij een uur te laat kwam binnenzeilen. ‘Hier was ik al bang voor’, begon hij.  En ik dacht, ja, ik ook. Ik wist al dat dit zou gebeuren. Maar ik zei het niet. In plaats daarvan huilde ik om iets waarvan de uitkomst al bij voorbaat vast had gestaan.

Posted in SoulKitchen | Tagged , , , , , , , , , | 3 Comments

Broer

‘Al het goede slaat een generatie over.’

Na een minuut stilzwijgen achter het spreekgestoelte, klonk het als een klok. De zaal lag plat.

Eerst had mijn vader wat gezegd. Pas toen hij vertelde dat hij hier veertig jaar geleden ook afscheid van mijn grootmoeder had genomen, brak hij. Kort, even maar. Hij haalde diep adem en vervolgde zijn verhaal. Met een treurige glimlach keek hij naar de zaal, naar het portret op de lichte houten kist. Na afloop keerde hij terug naar de stoel rechts van die van mij. Daarna was mijn oom, mijn tante. Mijn andere oom. En daarna, mijn broertje.

Eerder zat hij naast me. Ik was bang dat het hem niet zou lukken om wat te zeggen. Hij zat daar maar te huilen, te huilen in die stoel links naast me. Ik dacht, hij moet straks nog wat zeggen, ik hoop maar dat het lukt om te praten. Voor mij geen tranen. Alleen zorgen voor die mannen om me heen.

Toen was hij aan de beurt. Hij liep naar het spreekgestoelte, pakte de briefjes uit zijn binnenzak. Haalde adem. En nog eens. En nog eens. Ruim een minuut hield hij ons in spanning.

En toen kwam het opeens. Zijn keel nog een beetje dichtgeknepen. ‘Al het goede slaat een generatie over.’ Hij vertelde over mijn grootvader, de grapjes die ze met elkaar uithaalden, hun band die veel verder ging dan het gewone. Af en toe haperde hij. Haalde nog eens diep adem. Keek op zijn briefje. Praatte over zijn stoere baardje – nu uiteraard afwezig – waar mijn grootvader zo’n geveinsde hekel aan had. Die keer dat hij met mijn grootvader en zijn beste vriend in een verre van keurig Chinees-Indisch specialiteitenrestaurant was gaan lunchen. Dat opa zijn vriendin eens had uitgenodigd om te komen eten – ‘We hebben het liever niet, maar als je erop staat mag je die ongeschoren nozem ook meenemen.’

Zoals hij begon, sloot hij ook af. De slotzin was er een uit een column, een kort verhaal. ‘Als het echt zo is dat al het goede een generatie overslaat, hoef ik me geen zorgen te maken.’

De aanwezigen zonder gezicht lachten ontroerd. Maar zij kennen mijn broertje niet. En dus vonden ze het zómaar geweldig, zómaar ontroerend genoeg om ontroerd om te lachen.

Ik niet. Ik weet hoe Sebas in elkaar zit. Ik lachte ontroerd omdat ik hem ken en wist hoeveel het voor hem betekende om daar te staan.

Ik heb me nog nooit zo verdrietig en trots tegelijkertijd gevoeld als op dat moment. Dat mijn broertje daar zo stond, te verhalen over mijn grootvader. Zo liefdevol, zo oprecht. Mijn kleine broertje, die allang niet klein meer is. We schelen maar een jaar.

Fuck, wat was ik trots en verdrietig. Uiteindelijk overwon verdriet. En zat ik daar toch stilletjes te janken in mijn stoel, de zakdoek van papa – ongetwijfeld van mijn grootvader geweest – fijngeknepen in mijn handen. Want mijn grootvader komt nooit meer terug, met zijn vermanende vingertje en zijn bril met bruine glazen en zijn bolle wang waar altijd een extra zoen op moest. Maar sinds gisteren is Sebastiaan niet langer mijn kleine broertje. Sinds gisteren is hij mijn broer.

Posted in SoulKitchen | Leave a comment

Amstelbrug

Vandaag liep ik over de Amstelbrug, de wind waaide mijn haar alle kanten op. Een mooie metafoor voor mijn gedachten, die zonder focus van het ene naar het andere cliché sprongen. Hoe elke dag zoveel lijkt op de vorige. Hoe een allesverzengende liefde kennelijk vormend is. Hoe dood ik ben van binnen.

Halverwege hield ik stil. Het uitkijkpunt, speciaal om te stoppen en de machtige Amstel te aanschouwen. Lang geleden had iemand al bedacht dat ik daar stil zou moeten houden als ik eens over de Amstelbrug zou lopen.

Ik speurde de grijze stenen af naar een stukje zonder vogelpoep, en toen dat onvindbaar bleek, zonder verse vogelpoep. Met gekruiste armen leunde ik over de brug, mijn schouders hingen boven het stromende water. De machtige Amstel. In de verte de hoogbouw aan de overkant van het Martin Luther Kingpark, een scherp reliëf tegen de langzaam opklarende winterhemel.

De meeuwen dreven op de stroom mee met het donkere water. Een duif  streek naast me neer. Stadsrat. Ik keek hem weg. Mijn plek.

Na een tijdje draaide ik me om. De Amstel had haar lonkende schittering verloren. Tussen de voorbijkabbelende mensenstroom zag ik mijn ex-vriendje langsfietsen, samen met zijn vriendinnetje. Ze leken blij, gelukkig. Ik dacht dat ze van me zouden schrikken, met mijn lange haren in de war en de schittering in mijn wilde ogen. Dus liet ik ze doorfietsen, door de meeuwen en de wind en mijn boosheid, hand in hand over de Amstelbrug.

Posted in SoulKitchen | Tagged , , , , , , , | Leave a comment

Stil

Flarden van dromen glippen weg. Ik herinner me iets over een wit meisje en de wijsheid van de wereld. Het was echt, ik was daar. Een halfwereld waar ik me ’s nachts in begeef.

Stijf van de adrenaline adem ik zo onhoorbaar mogelijk. De duisternis is totaal. Waar ik normaal niet kan slapen omdat er teveel licht door de gordijnen sijpelt, word ik nu omgeven door een onberedeneerbaar donkerte.

Ik hoor een brommer de straat inrijden, midden in het holst van de nacht. Stil blijven, stil zijn. De enige manier om het kwaad af te wenden. Ik houd mijn adem in en het ronkende geluid sterft langzaam weg, totdat het bij de nieuwbouw halverwege de straat sputterend tot een einde komt. De brommer draait zich langzaam en dreigend om.

Rechtop zit ik in bed. Is dit mijn straf? Weet iemand dat ik nu weet over de woedende branden, de twaalf manen en de diepte van mededogen? Niets aan mij beweegt, alles is bevroren. Vlakbij mijn huis vermindert hij vaart. Het helle licht werpt lange schaduwen op mijn slaapkamermuur. Ga weg, ga weg, rijd door.

Ik hap opgelucht naar adem als hij het gas openzet en de straat uitrijdt. Nog steeds ben ik niet in staat te bewegen. Zo reageer ik dus als ik in paniek ben, denk ik, en dat is niet goed. Ik durf niet eens op te staan om mijn sleutels te pakken en de deur op slot te draaien.

Ik schat dat het zo’n vier uur ’s nachts is. Een doordeweekse dag. Niemand heeft hier iets te zoeken. Maar terwijl ik verstijfd en verkrampt rechtop zit, hoor ik het aanzwellende geluid van een motor de hoek om komen. Zie je wel, denk ik, ze zoeken me.

De motor. Hij stopt voor mijn huis. Ik adem oppervlakkig en onhoorbaar.

Heb ik het raam open laten staan? Waarom stopt hij voor mijn huis? Heb ik iets om hem mee te slaan? Ik denk in staccato. Mijn adem hoor je niet, maar mijn bonkende hart geeft telepathische signalen af, het kan niet anders. Hier is iets te halen en hij voelt het.

Ik heb me nog niet zo kwetsbaar gevoeld. De leegte van de andere kant van het bed. De volle impact van alleen zijn. Als ik stil blijf, niet beweeg, rijdt hij misschien door.

Het silhouet van de motorrijder beweegt als een wajangpop over mijn gordijnen. Het negatieve licht werpt schaduwen over mijn gezicht. Mijn hart is ontembaar, mijn mond kurkdroog, mijn handen doorweekt. Stil blijven, stil zijn.

Abnormaal scherp hoor ik hoe iemand zijn helm losmaakt en de nachtlucht opsnuift. Ik hoor zware motorlaarzen de losse steentjes op de stoep verpletteren. Nog een keer het geluid van iemand die probeert te ruiken waar ik ben. Maar net als ik denk dat zijn vingers mijn kozijn nu zullen aftasten, op zoek naar de kier tussen de vensterbank en het raam, hoor ik zijn voeten draaien. De sleutel die contact maakt. Een optrekkende Honda.

Nog eenmaal staat mijn slaapkamer in lichterlaaie. Een laatste schaduwschouwspel op mijn gordijnen. Dan niets.

Posted in SoulKitchen | Tagged , , , , , , | Leave a comment