Broer

‘Al het goede slaat een generatie over.’

Na een minuut stilzwijgen achter het spreekgestoelte, klonk het als een klok. De zaal lag plat.

Eerst had mijn vader wat gezegd. Pas toen hij vertelde dat hij hier veertig jaar geleden ook afscheid van mijn grootmoeder had genomen, brak hij. Kort, even maar. Hij haalde diep adem en vervolgde zijn verhaal. Met een treurige glimlach keek hij naar de zaal, naar het portret op de lichte houten kist. Na afloop keerde hij terug naar de stoel rechts van die van mij. Daarna was mijn oom, mijn tante. Mijn andere oom. En daarna, mijn broertje.

Eerder zat hij naast me. Ik was bang dat het hem niet zou lukken om wat te zeggen. Hij zat daar maar te huilen, te huilen in die stoel links naast me. Ik dacht, hij moet straks nog wat zeggen, ik hoop maar dat het lukt om te praten. Voor mij geen tranen. Alleen zorgen voor die mannen om me heen.

Toen was hij aan de beurt. Hij liep naar het spreekgestoelte, pakte de briefjes uit zijn binnenzak. Haalde adem. En nog eens. En nog eens. Ruim een minuut hield hij ons in spanning.

En toen kwam het opeens. Zijn keel nog een beetje dichtgeknepen. ‘Al het goede slaat een generatie over.’ Hij vertelde over mijn grootvader, de grapjes die ze met elkaar uithaalden, hun band die veel verder ging dan het gewone. Af en toe haperde hij. Haalde nog eens diep adem. Keek op zijn briefje. Praatte over zijn stoere baardje – nu uiteraard afwezig – waar mijn grootvader zo’n geveinsde hekel aan had. Die keer dat hij met mijn grootvader en zijn beste vriend in een verre van keurig Chinees-Indisch specialiteitenrestaurant was gaan lunchen. Dat opa zijn vriendin eens had uitgenodigd om te komen eten – ‘We hebben het liever niet, maar als je erop staat mag je die ongeschoren nozem ook meenemen.’

Zoals hij begon, sloot hij ook af. De slotzin was er een uit een column, een kort verhaal. ‘Als het echt zo is dat al het goede een generatie overslaat, hoef ik me geen zorgen te maken.’

De aanwezigen zonder gezicht lachten ontroerd. Maar zij kennen mijn broertje niet. En dus vonden ze het zómaar geweldig, zómaar ontroerend genoeg om ontroerd om te lachen.

Ik niet. Ik weet hoe Sebas in elkaar zit. Ik lachte ontroerd omdat ik hem ken en wist hoeveel het voor hem betekende om daar te staan.

Ik heb me nog nooit zo verdrietig en trots tegelijkertijd gevoeld als op dat moment. Dat mijn broertje daar zo stond, te verhalen over mijn grootvader. Zo liefdevol, zo oprecht. Mijn kleine broertje, die allang niet klein meer is. We schelen maar een jaar.

Fuck, wat was ik trots en verdrietig. Uiteindelijk overwon verdriet. En zat ik daar toch stilletjes te janken in mijn stoel, de zakdoek van papa – ongetwijfeld van mijn grootvader geweest – fijngeknepen in mijn handen. Want mijn grootvader komt nooit meer terug, met zijn vermanende vingertje en zijn bril met bruine glazen en zijn bolle wang waar altijd een extra zoen op moest. Maar sinds gisteren is Sebastiaan niet langer mijn kleine broertje. Sinds gisteren is hij mijn broer.

About these ads
This entry was posted in SoulKitchen. Bookmark the permalink.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Connecting to %s